DEEL 4: Geheugen en breuken

Deel 4: geheugen en breuken. De rekenmachine onthoudt getallen in 9 geheugens, bewaart het laatste antwoord en slaat op elk van de toetsen D1, D2 en D3 een functie op. Daarna volgen kettingberekeningen en breuken.

Rekenen met geheugens

Voorbeeld 14: rekenen met geheugens. Met de toets STO sla je een getal op, met RCL haal je het terug, en met ALPHA schrijf je de letter van een geheugen in een expressie.

Kettingberekeningen

Voorbeeld 15 gaat over kettingberekeningen. Het antwoord van de ene berekening kan de volgende starten.

Rekenen met breuken

Voorbeeld 16 gaat over breuken. De breuktoets typt een breuk. 2nd F met dezelfde toets typt een gemengd getal. CHANGE verandert het antwoord in een breuk of een decimaal getal.